We rijden op de A2 richting het Maastricht UMC voor een bezoek aan mijn schoonmoeder die daar een operatie heeft ondergaan. Mijn ogen glijden langs de boomtoppen. Ik ben op zoek naar de Maretak, een half parasiet die je vooral in Limburg als prachtige bollen hoog in de bomen langs de snelweg kunt zien, maar ook andere takkige bouwsels in de hoge bomen trekken mijn aandacht: hele hordes vogelnesten.


Tussen de bomen door zwermen zwarte drukteschoppers: Roeken. Ze maken indrukwekkende buitelingen in de lucht met hun snavels vol takken. De vogels maken me blij terwijl ik eigenlijk heel bezorgd ben, en ook wel een beetje nerveus, over mijn lieve schoonmama.
We zoeven voort terwijl ik nog veel langer naar dit schouwspel had willen kijken. Een jaar gelden is dat nu. Vanaf dat moment hebt ik roek in mijn hart gesloten.

Enkele dagen later sta ik bij een parkeerplek bij een benzinestation, met mijn voeten ferm in de berm vol afval van het nabijgelegen fastfood restaurant.
De meeste roeken daar zijn bezig met de constructie van hun grote nogal slordige nesten. Sommigen lopen statig rond op zoek eten. Kieskeurig zijn ze niet. Alles wat eetbaar is gaat naar binnen: wormen, weggegooide frietjes en restanten milkshake. Voor hun nesten breken ze takken van de bomen. Ze pakken hier en daar wat kleiner bouwmateriaal van de grond, aangevuld met reinigingsdoekjes van het tankstation. Ondertussen houden ze me strak in de gaten en krassen ze onophoudelijk naar hun buren. Wat een schouwspel! Een festivalterrein is er niks bij.


De roeken zijn helemaal thuis op deze rauwe plek waarvan de sfeer goed past bij een plaats delict in een Duitse krimi. Toch blijf ik gefascineerd naar de vogels turen totdat de zon ondergaat. Het is lastig om ze goed te observeren omdat in de toppen van de bomen zitten: “Voor welke nesten worden nou precies die doekjes gebruikt?” Maar ik ben ook blij dat ze zo hoog zitten. Zo is het heel duidelijk dat ik niet op deze shabby plek ben om mensen te fotografen.

Dit voorjaar heb ik meerdere kolonies gezien. Geheel vrijwillig sta ik met mijn telelens tussen de urinerende vrachtwagenchauffeurs op dezelfde parkeerplek als vorig jaar. In de ochtend brengt deze plek blijkbaar andere ongemakkelijke ontmoetingen dan in de avond. De vogels zijn echter onverstoorbaar (de chauffeurs trouwens ook) dus ik besluit om me ook maar nergens wat van aan te trekken en banjer vol enthousiasme over het terrein.

Even goed door de verrekijker kijken of het wel echt roeken zijn. Ze klinken namelijk bijna hetzelfde als kraaien. Ik zie gigantische licht grijze puntige snavels. Het zijn in der daad Roeken. De zwarte veren hebben bij het juiste licht een beetje een olieachtige gloed. Het dier voor mijn lens kijk me strak aan, waaiert zijn of haar staart uit, steekt de asgrijze snuit in de lucht en krast de hele buurt bij elkaar. Het hele parlement antwoordt in een soort van canon.

De kraalogen verraden een hoge intelligentie. Ik denk dat die slimheid hun redding is geweest. In de jaren ’70 ging het aantal roeken snel achteruit door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw die zo weer in het voedsel van de Roeken terecht kwamen. Gelukkig is de populatie nu al jaren stabiel. Niet alleen omdat een meest schadelijke bestrijdingsmiddelen inmiddels verboden zijn, maar ook omdat de Roeken zich wonderwel kunnen aanpassen. In het Sovon-artikel De Roek, een verguisde sfeermaker (Willem van Manen, nature today), is mooi te zien hoe veel Roeken het platteland hebben verruild voor de stad, waar ze prima kunnen overleven, daar worden ze niet weggeknald om gewasschade te voorkomen. Nou ja, sommige roeken weten door die knalkanonnen precies waar wat de halen valt. Ook vogelverschrikkers en vlaggen zijn mooie uithangborden voor een snelle hap.

Nieuwsgierig en ondernemend als ze zijn, hebben ze ontdekt dat ze makkelijk voedsel kunnen vinden in de stad en met hun harde gekras kunnen ze nog prima met elkaar communiceren boven het stadsgeluid uit.
Honderden nesten in Assen en in Doetinchem werden in 2023 zelfs meer dan duizend nesten geteld (Sylvia Willems, omroep Gelderland 2024). Dat betekent uiteraard dat ook veel standsmensen niet blij zijn met deze nieuwe buren. Toen ik een roekenportret plaatste op bluesky kreeg ik meteen een reactie “Zolang je niet in de buurt woont is het prachtig maar ze maken een gigantisch lawaai”. Voor gemeenten een reden om deze prachtbeesten de stad uit te jagen. Dat mag vaak wel, ook al zijn ze beschermd, zolang er maar een geschikte plek in de buurt is voor de roeken waar ze naar toe kunnen.

Zo zijn de roeken mogelijk aanbeland bij de hoge bomen langs de snelweg, op parkeerplekken bij de takstations met meestal weilanden in de buurt, en wat fastfood als extra snack. Dat vertelt Meta me tijdens onze rit naar het startpunt van een dagje uit. Bij elke kolonie die we langs de A15 passeren krijg ik meer mooie roekenfeiten te horen.

Gelukkig zien we tijdens de vriendinnenfietstocht door het ‘Land van Maas en Waal’ ook prachtige kolonies in landelijk gebied en smikkelende verliefde roekenpaartjes in de uiterwaarden van de rivier. Mijn respect voor deze soort groeit bij elke ontmoeting. Superslimme kraaiende dappere doorzetters zijn het!














