Witgat - thuuIET-wiet-wiet

Witgat – Tringa ochropus - Green Sandpiper
ThuuIET-wiet-wiet - De stille reiziger van oevers en slootjes

Witgat vogels kijken vogelspottenFoeragerende Witgat (Fotografie Sjoukje)

Kenmerken, leefgebied en gedrag
De Witgat is een onopvallende, maar sierlijke steltloper die zich thuis voelt in de luwte van het Nederlandse landschap. Ze zijn te vinden bij ondiepe, zoete of brakke watertjes met modderige randen. De voorkeur gaat uit naar rustige, traag stromende sloten, beekjes of riviertjes – zelfs de kleinste plassen in een droge omgeving worden benut. De soort leeft grotendeels solitair of in kleine groepjes van hooguit tien individuen.

Hoewel het een steltloper is, wordt de Witgat opvallend vaak buiten echte watervogelkernen gezien. De vogel is beweeglijk, schuw en laat zich vooral op de vlucht goed herkennen aan de felwitte stuit en donkere bovenvleugels. Van een afstand lijken ze echt zwart-wit, maar als je beter kijkt dan zie je veel meer. Mooie brede randen bij de staart en mooie witte vlekken op de rug.

witgat-baatje-img_2314Aan het zwart wit kun je zien dat dit een Witgat is (foto: Benjamin Baatje)

Uiterlijke kenmerken
De Witgat is een compacte steltloper met een lengte van ongeveer 20 tot 23 cm. De bovenzijde is donkerbruin met fijne lichte vlekjes, de onderzijde helder wit. Opvallend is de witte stuit die sterk contrasteert met de donkere boven- en ondervleugels tijdens de vlucht. De poten zijn groenachtig en de snavel is relatief kort en donker. Op de borst hebben ze een fijne streping, die naar de buik toe verdwijnt in egaal wit.



Kenmerken op een rij

  • Lengte: 20-23 cm

  • Kleur: Donkere bovenzijde met witte onderzijde

  • Vleugelkenmerk: Geen vleugelstrepen, maar donkere vleugels met witte stuit

  • Gedrag: Schuw, alert, beweeglijk

  • Vlucht: Rechte vlucht, vaak met scherpe roep

Leefgebied en verspreiding in Nederland
Witgatjes komen het hele jaar door voor in Nederland. In het voorjaar zijn ze van half maart tot half mei op doortrek, waarna het een tijd rustiger is. Vanaf juni begint de najaarstrek met volwassen vogels, gevolgd door onvolwassen exemplaren in juli en augustus. In zachte winters blijven er relatief veel vogels in Nederland overwinteren. Ze zijn dan vooral te vinden bij brede sloten en kleine riviertjes met een rustige stroming.

Voorkomen Witgat in NederlandWitgatjes kun je in heel Nederland tegenkomen

Aantalsontwikkeling en trend in Nederland en Europa
De Witgat is in Nederland geen broedvogel, al zijn er historische meldingen die mogelijk verwisseld zijn met de Bosruiter. De aantallen overwinteraars wisselen sterk per jaar en zijn afhankelijk van het weer. Bij zachte winters blijven meer vogels in Nederland. Op Europees niveau gaat het om een vrij stabiele populatie met een enorm verspreidingsgebied van Scandinavië tot Centraal-Azië.

Gedrag en voeding
De Witgat is een alleseter, maar voedt zich vooral met kleine ongewervelden zoals insecten, larven, slakjes en wormen. Soms wordt ook plantaardig materiaal gegeten. Ze foerageren door met snelle, korte stappen over modderige oevers te lopen, waarbij ze met hun snavel in het slik pikken. Ze zijn actief en alert, en vliegen snel op bij verstoring, vaak met luid, hoog roepend geluid.

Broeden
Er zijn geen bevestigde broedgevallen in Nederland. De dichtstbijzijnde broedgebieden liggen in Noord-Duitsland, maar het grootste deel van de broedpopulatie bevindt zich verder naar het noordoosten, in uitgestrekte bossen met moerassen in Scandinavië en Rusland. De Witgat broedt in tegenstelling tot de meeste steltlopers niet op open grond, maar vaak in verlaten nesten van zangvogels in bomen!

Herkenning in het veld
De Witgat is goed te herkennen in vlucht: de combinatie van donkere bovenvleugels en witte stuit is karakteristiek. Op de grond valt de vogel minder op tussen modder en water. De scherpe, luide roep – “ThuuIET-wiet-wiet ” – klinkt vaak als de vogel opvliegt. De Witgat wordt in rusttoestand soms verward met de Bosruiter, maar deze laatste heeft een lichtere bovenzijde, een fijne snavel en een iets slanker postuur. Ook heeft de Bosruiter een duidelijkere wenkbrauwstreep.

Verschillen tussen Witgat, Bosruiter en Oeverloper
De Witgat, Bosruiter en Oeverloper lijken op elkaar in formaat en leefgebied, maar zijn goed te onderscheiden met oog voor enkele duidelijke kenmerken.

  • Witgat (Tringa ochropus)
    Donker van boven met fijne lichte vlekjes en een helder witte buik. In vlucht opvallend door de witte stuit en het licht/donker contrast met donkere vleugels. De borst is fijn gestreept en de buik is wit. Bij opvliegen klinkt een krachtig, scherp roepje: “ThuuIET-wiet-wiet ”.

  • Bosruiter (Tringa glareola)
    Wat slanker en lichter gebouwd dan de Witgat. De bovenzijde is bruin met fijne lichte vlekken, de onderzijde licht met een duidelijker afgetekende, fijn gestreepte borst. De stuit is niet wit, en de vleugels hebben geen vleugelstreep. De Bosruiter oogt eleganter en laat een zachtere, fluitende roep horen. Ook heeft de Bosruiter een lichte wenkbrauwstreep.

  • Oeverloper (Actitis hypoleucos)
    Kleiner dan de andere twee soorten. Te herkennen aan een bruine rug, een duidelijke borstband en een verder witte buik met een witte inkeping (witte 'komma'). Typisch gedrag is het voortdurend op- en neer bewegen van de staart tijdens het lopen, een beweging die zeer kenmerkend is. In vlucht toont de Oeverloper een witte vleugelstreep, maar géén witte stuit. De roep is een snel, hoog “tsie-wie-wie-wie”. Vliegt vaak laag over het water met trillende vleugels.

Samenvattend:

  • Alleen de Witgat heeft een witte stuit.

  • De Bosruiter is lichter en eleganter, zonder vleugelstreep en met fijne vlekken op de rug.

  • De Oeverloper vertoont een kenmerkend staartwippend gedrag en heeft een witte vleugelstreep.

Ondersoorten
Er zijn geen ondersoorten van de Witgat (Tringa ochropus) bekend. Het is een monotypische soort.

Bescherming en toekomst
De Witgat staat niet op de Nederlandse Rode Lijst en is internationaal niet bedreigd. Wel is het behoud van rustige, kleinschalige natte gebieden belangrijk voor zowel doortrekkers als overwinteraars. Verdroging, watervervuiling en verstoring vormen lokale risico’s. Natuurbeheer met aandacht voor plas-draszones en natuurlijke oevers draagt bij aan het behoud van deze soort.

Interessant om te weten

  • Witgatjes broeden dus niet op de grond, maar gebruiken vaak verlaten nesten van lijsters of andere zangvogels in bomen!

  • De soort is een van de weinige steltlopers die als individu trekt, niet in grote groepen.

  • De wetenschappelijke naam, Tringa ochropus, betekent zoiets als ‘gele poot van het moeras’, hoewel de poten in de praktijk vaak meer grijsgroen zijn.

    Wil je meer leren over de Witgat en andere steltlopers? Dan is de cursus 'Ontdek de Magie van Vogels Kijken in het Najaar' misschien iets voor jou. Kijk snel op deze webpagina.

    Bedankt Sjoukje voor je mooie foto! Je kunt Sjoukje volgen op Instagram: @fotografie_sjoukje (link opent in nieuw tabblad).

Reactie plaatsen